Een muurschildering van de tentoonstelling Friendly Good van Lilly van der Stokker in het Stedelijk Museum Amsterdam

‘Pasta sticking in the pot.’ ‘Dead mouse behind the fridge.’ ‘Pulling out hairs from the drain.’ Maar ook: ‘keukensponsje’, ‘lief zijn voor elkaar!’, en ‘Het is nu 08.15 en het is dinsdag’. Het zijn allemaal kreten uit de werken van de Nederlandse kunstenares Lily van der Stokker (1954), wiens tentoonstelling Friendly Good nog tot eind februari in het Stedelijk Museum Amsterdam te zien is.

In vrolijke, bijna kinderlijke pasteltinten zijn ze neergezet, soms op papier gezet, soms rechtstreeks op de muur, met verf, potlood of viltstift. Tekst, vorm en kleur zijn de drie elementen waaruit iedere tekening of schildering is opgebouwd. Bloemen, pijlen, hier en daar een huisje, gedachten, woorden en zinnen in roze, geel, groen.

Kleurrijke weergaven van hersenspinsels

Bijna alles aan het werk van Van der Stokker is op zijn minst ongebruikelijk in de kunstwereld – de kleuren en gebruikte materialen, maar ook de alledaagse onderwerpen en de altijd positieve toon. Die komt voort uit het verlangen een goede kunstenaar en een goed mens te zijn: ‘I have commissioned myself to research happiness and friendliness in my artwork, and with that I take a stand against irony and cynicism’, zei zij daarover eens in een interview.

Sommige kunstwerken zijn muurvullende schilderingen, maar een groot deel ervan zijn krabbels en tekeningen op simpel A4-papier. Het zijn gedachten direct op papier gezet, kleurrijke weergaven van hersenspinsels waarachter geen diepere laag schuilgaat – zo lijkt het althans. ‘Kaaskoekjes’, lees ik in kinderlijk sierlijke letters op een van papier gevouwen kubus in de laatste expositieruimte. Daarachter, veel groter, op de wand: ‘Caroline Ingwersen, mijn fysiotherapeut in Amsterdam’. Wantrouwig door zoveel eerlijkheid Google ik haar naam. Haar praktijk zit in Oud-West.

Is kunst niet juist lastig?

De tentoonstelling brengt me in de war. Is kunst niet juist lastig en onduidelijk? Heeft het geen diepere lagen? Is het niet een weergave van donkere gedachten en dito emoties? Ik realiseer me dat zelfs iets wat zo vrij en regelloos is als kunst een zekere ‘normaal’ heeft. En dat de lichtvoetigheid van de regenboogkleuren en kaaskoekjes van Lily van der Stokker niet daaronder vallen. Zij verheft de banaalste zaken des levens tot kunst – de dode muis achter de ijskast, doorgekookte pasta. Maar staan banaliteit en kunst niet lijnrecht tegenover elkaar? Is banale kunst niet een contradictio in termini?

Ik dwaal nog wat rond, sta met mijn neus zo dicht op de ingelijste tekeningen dat mijn adem op het glas condenseert, op zoek naar een verborgen boodschap. Die lijkt er niet te zijn. Eenmaal buiten heb ik zin in kaaskoekjes, en in de rest van de dag. Ik zie de grauwe, regenachtige novemberdag door een pastelkleurige bril. Misschien wil Van der Stokker ons wel leren om dagelijkse dingen kleur te geven. Ja, dat lijkt me een mooie boodschap. En natuurlijk: lief zijn voor elkaar. Zo simpel kan het zijn.