Francesco Grassotti en Elmer Oomkens van white label coffee voor FRAME/WORK door Jacob van Rozelaar, buiten voor een rode muur

Elmer Oomkens (1985) en Francesco Grassotti (1984) vormen een interessant duo. Een tikje warrig wellicht, maar vooral warm en hartelijk en gepassioneerd. Sinds vijf jaar runnen ze samen white label coffee. Het is dat we beter weten, anders las het verhaal van hun ontmoeting als een ware love story. Met voorbedachten rade uitgenodigd voor hetzelfde diner, een klik, de vonk die oversloeg op de pont over het IJ.

Open Coöp

De Open Coöp is een creatief centrum en coöperatieve onderneming, gevestigd in de Tolhuistuin in Amsterdam Noord. Het is een plek waar bedrijven ideeën en concepten kunnen testen en kennis kunnen ontwikkelen door het ‘gewoon te doen’. De Open Coöp wordt geleid door architecten, kunstenaars, ontwerpers en ondernemers.

Elmer begon zijn koffiecarrière bij Brandmeesters in Haarlem. E: ‘Ik was in die tijd eens bij Hopper, een van de betere specialty koffiezaken van Rotterdam. Bij specialtyzaken zijn ze écht bezig met de kwaliteit van de koffie, het land van herkomst, de verwerking – dat soort dingen. Dat wilde ik ook. Ik raakte aan de praat met een jongen die daar werkte: Kees. Kees bleek mijn ingang in de scene waarin mensen dezelfde interesse in koffie hadden als ik. Hij had een branderijtje in Amsterdam Noord, in de Open Coöp. Ik ging een keer langs en dat was meteen zo leuk: laagdrempelig, no nonsens, geen commercie. De volgende dag stuurde ik Kees een mail, dat ik het zo vet vond wat ze deden en dat ik daarbij graag betrokken zou zijn. Hij kon me geen werk geven omdat hij zo kleinschalig werkte, maar we besloten samen een etentje te organiseren om wat mensen uit de koffie bij elkaar te brengen. Kees nodigde Francesco uit, die bij de Espressofabriek werkte. Die avond hebben we elkaar leren kennen. ’s Avonds fietsten Francesco en ik samen naar huis. We namen de pont terug naar ‘Zuid’, zoals ze dat in Noord noemen – je woont óf in Noord, óf in Zuid, iets anders bestaat niet. Mooi, vind ik dat. Want ondanks dat het water de stad in tweeën deelt, verbindt het ook. Als je samen op zo’n pontje staat te wachten tot je de overkant bereikt, dan ben je echt op elkaar aangewezen. Maar goed, Francesco werkte dus bij de Espressofabriek. We hadden aan tafel besproken dat het leuk zou zijn als ik daar ook zou gaan werken. Daar op de pont zei hij: wel solliciteren, hè? En dat deed ik. Zo is het begonnen.’

F: ‘Ik kende Kees al wat langer. We spraken elkaar veel, ook als collega’s. Dus toen hij me uitnodigde voor die avond, was ik meteen enthousiast. Hij had al laten vallen dat ik Elmer echt een keer moest ontmoeten. Dat had hij goed ingeschat.’

Ze werkten een tijd samen bij de Espressofabriek en begonnen uiteindelijk samen white label coffee. Hun eerste koffie brandden ze bij de Espressofabriek, later in de Open Coöp, een creatieve broedplaats bij de Tolhuistuin in Amsterdam Noord.

E: ‘Onze samenwerking is echt begonnen uit een soort vrijheid, niet uit iets dat moest. Daar paste de Open Coöp perfect bij: een plek die is ontstaan uit vrijzinnigheid, waar verschillende creatieven en bedrijven bij elkaar komen. Die misschien allemaal iets heel anders doen, maar wel op dezelfde manier met hun passie bezig zijn. Dat was in 2012. Of 2013?’

F: ‘Misschien zelfs wel 2011?’

E: ‘Nee, het was 2012. Oktober 2012. Laatst was het dus een beetje ons jubileum. Daar kwamen we een week te laat achter, maar we hebben het wel nog gevierd. In de sauna. Ja, dat doen wij dan weer.’

Choux

‘Choux’ is Frans voor zowel kolen als soesjes én schatjes. Een veelzijdig begrip, dus. Het gelijknamige restaurant aan de De Ruijterkade doet net zulke veelzijdige dingen met eten – voornamelijk groenten – en oogst (ha!) daarmee niets dan lof. De eigenaren openden eerder de pop-up restaurants Réperé en Foyer, maar Choux is here to stay. Gelukkig.

Diezelfde passie voor producten maakte van het alom geprezen restaurant Choux aan de De Ruyterkade een favoriete plek.

F: ‘Ik at er een keer met mijn vriendin, en na dat heerlijke eten kregen we zúlke vieze koffie. Heel bitter. Zo zonde! Ik vroeg de eigenaar, die weleens bij white label kwam, wat voor blend het was. Hij wist het niet eens. Toen dacht ik echt: hoe kan dat nou, man! Over iedere wijn kun je een kwartier praten, maar de koffie, waarmee mensen naar huis gaan, daar besteed je geen aandacht aan? De volgende dag hebben we hem een paar kilo koffie opgestuurd. Nu schenken ze alleen nog maar white label coffee. Het is de enige geslaagde acquisitie die we ooit gedaan hebben. Zij zijn op precies dezelfde manier met eten bezig als wij met koffie. Het product staat centraal, hun smaken zijn fris en fruitig. Onze koffie ook. Choux en white label hoorden bij elkaar, alleen moesten we daar nog achter komen.’ Drie keer raden waar er met het personeelsuitje van White Label gegeten werd.

F: ‘Ik ben er deze maand al twee keer geweest. Als je er nog niet bent geweest: ga er morgen heen. Nee, vanavond!’

De Baarsjes

Inmiddels branden de jongens hun koffie in De School in Amsterdam West, net als de Open Coöp een plek waar jonge, creatieve bedrijven samenkomen. Ze hebben dertien mensen in dienst en openden een koffiebar op de Jan Evertsenstraat – de ‘Jan Eef’ voor intimi – in De Baarsjes.

F: ‘Je weet natuurlijk nooit precies wat je kunt verwachten als je zoiets begint, maar het gaat heel goed. Wat ons trok aan deze buurt is dat het er zo in beweging was, en is. Er is hier ooit een moord op een juwelier geweest, en nog een andere schietpartij. Stadsdeel De Baarsjes kwam daardoor veel negatief in het nieuws. De winkeliers en bewoners hebben toen Geef om de Jan Eef opgezet, een vereniging om de buurt weer in een goed daglicht te zetten. Zij hebben heel veel gedaan om de straat weer op te bouwen.’

E: ‘Ze waren onder andere bezig met het tegengaan van leegstand. Ze wilden niet de zoveelste kapper of kebabzaak, die na een tijdje weer zou verdwijnen. Er is hier zoveel diversiteit, alles en iedereen woont en werkt hier door elkaar. Dat vind ik de charme ervan. En ze wilden ons er gelukkig graag bijhebben. We zijn gewoon een keer met de mensen van Geef om de Jan Eef gaan rondlopen. Het pand waar we nu zitten stond net een dag leeg, de vorige huurder was met de noorderzon vertrokken. Schulden. We kregen de sleutel van de eigenaar en binnen tien dagen was alles geregeld.’

Keizersgracht

In zijn eerste jaren in Amsterdam belandde Elmer met wat geluk in een pand aan de Keizersgracht. Geen verkeerde plek voor een student. In het souterrain woonde wel een junk, maar ach, die zagen ze toch bijna nooit.

Francesco groeide op in Apeldoorn, Elmer in Haarlem.

E: ‘Ik kwam naar Amsterdam om te studeren. Na een tijdje op de Albert Cuyp te hebben gewoond, kwam ik in een benedenhuis aan de Keizersgracht terecht met twee van mijn beste vrienden. Er moest nog van alles gebeuren om het bewoonbaar te maken – we hebben er muurtjes gebouwd, er een douchecabine ingezet. Het was een soort bouwpakket. Aan mijn kamer zaten ook het keukenblok en de wc. In het souterrain woonde een junk die de ruimte had gekraakt. Er is ook een keer een frituurpan in de fik gevlogen, en iemand had daar water op gegooid. Dat veroorzaakte een enorme steekvlam en het hele dak brandde uit. Ik stond op dat moment op een feestje en werd ineens gebeld: Yo Elmer, volgens mij staat je huis in de fik! Gelukkig was er met onze etage niks aan de hand. Het was een chaos, maar zo’n vette tijd. We zaten midden in de stad, iedereen kwam altijd langs, ons huis was een soort centrum. We konden altijd feestjes geven, er was nooit overlast. Die tijd voelde echt als de ultieme vrijheid. Tegelijkertijd was het ook absurd: we waren 21, hadden een enorme verdieping aan de gracht waar alles kon. Die periode, waarin ik de vrijzinnigheid van Amsterdam leerde kennen, is voor mij heel vormend geweest. De energie die hier door de stad stroomt is echt uniek. Ik heb deze zomer een boek gelezen over de historie van Amsterdam. Daarna begreep ik ineens veel beter waarom deze stad is zoals zij is. Niet koningen en religie maakten hier de dienst uit, maar ‘gewone’ kooplieden. Dit was een plek waar altijd handel werd gedreven. Ik vind dat je dat nog steeds voelt: er zit een bepaalde stroom in. Mijn vriendin en ik zijn net verhuisd, en mijn schoonvader kwam laatst klussen. Toen we op de pont stonden – weer die pont, hè? – zei hij: er komt altijd zóveel energie af van de mensen hier, iedereen heeft zin om iets te gaan doen, om er iets van te maken. Dat is wel echt Amsterdams, denk ik. Dat is wat de stad geeft, en wat ze aantrekt. Die broeierigheid, daar gaat het voor mij om. Alles kan hier.’

F: ‘En als je wilt, ben je hier de stad ook zo weer uit. Het maakt niet uit welke kant je opgaat – naar het Amsterdamse bos, het strand, fietsen langs de Amstel – zodra je onder de ring door bent, is het overal mooi. Vooral in de lente, als iedereen blij wordt en de zon weer warm, dan is Amsterdam op haar mooist. Maar niet in de binnenstad, liever buiten op het bankje bij white label. Beetje mensen kijken. Als ik ooit zou verhuizen, zou ik heel erg heimwee krijgen naar het dorpse gevoel van Amsterdam.’

E: ‘Amsterdam is een grote stad en een klein dorp tegelijk. Dat vind je nergens anders.’