Silke aan de rand van het Hulsbeek in Twente

Silke Tijkotte (1987) was jarenlang leading lady van Let it Grow, een organisatie die zich inzette voor groenere steden en meer aandacht vroeg voor bloemen en planten, en startte met een vriendin het initiatief Tevredenlander.nl. Een inspirerende powervrouw, met een Twentse tongval en een groot, groen hart.

Silke groeide op in Oldenzaal. Op haar negentiende, een jaar voordat ze naar Amsterdam vertrok, verhuisden haar ouders naar Rossum, drie kilometer verderop.

‘In Oldenzaal woonden we praktisch naast de kroeg, dus mijn broertjes en ik vonden het toentertijd maar niets om te moeten verhuizen. Omdat ik er maar een jaar heb gewoond, voelde het nieuwe huis ook niet echt als mijn huis – het was echt het huis van mijn ouders. Maar inmiddels is het mijn favoriete uitvalsbasis.’

Silke’s ouders wonen in een prachtige boerderij omringd door bossen en weilanden, in de tuin kippen, hanen, schapen en, jawel, alpaca’s. Nu nog vier, maar ‘Er zijn er twee zwanger!’ Zeker twee keer per maand is Silke bij haar ouders in Twente om op te laden. ‘In de natuur zijn heeft zó’n positief effect op je. Ik probeer ook zo vaak mogelijk vrienden mee te nemen om te laten zien wat het doet als je je met groen omringt. Twente is nog vrij onontdekt als uitvalsbasis, terwijl het er zo groen is, zo glooiend. En veel minder ver dan mensen denken. God, ik zou zo Twente-ambassadeur kunnen worden. Of misschien maar beter van niet, dan blijft het er tenminste lekker rustig.’

De Engelse Tuin

Een wandelpark in Engelse landschapsstijl, ook bekend onder de naam Park Kalheupink. Het park won als eerste park in Noordoost Twente de Green Flag award, een Engels keurmerk gericht op de kwaliteit van beheer, duurzaamheid en betrokkenheid van burgers en instellingen.

‘De Engelse Tuin is een heel mooi park in Oldenzaal, om de hoek van het huis waar ik opgroeide. Als het lekker weer was, nam mijn moeder ons ’s avonds vaak mee naar de Tuin. Dan maakten we een wandeling of voerden we de eendjes. Op een gegeven moment zijn er allemaal kunstwerken in het park neergezet. Maar Oldenzaal is nogal… Twents. Niet zo kunstzinnig. Veel mensen vonden dat maar niks, wij vonden het geweldig. Vooral het beeld van twee magisch zwevende, bronzen handen die een doek vasthouden, kan ik me goed herinneren.’

Inmiddels woont Silke alweer negen jaar in Amsterdam. Hoewel ze zichzelf daar voorlopig niet ziet weggaan, trekt Twente nog altijd. ‘Soms denk ik: wat doe ik mezelf áán, in een appartement op één hoog, zonder tuin? Maar het is juist de combinatie van beide plekken waarin ik me thuis voel. Ik heb de afwisseling nodig. En ook in de stad kun je je omringen met groen: in je eigen huis, door planten neer te zetten, maar ook door na je werk naar het park of het bos te gaan. Al die mensen die massaal gaan yogaën om tot rust te komen – pak gewoon eens de fiets! Ga naar búiten, in plaats van met zijn allen in zo’n zweterige studio te staan.’

Arboretum Poort Bulten

We horen je denken: wat is in hemelsnaam een arboretum? Nu, dat is een bomentuin. In het Twentse arboretum staan meer dan duizend verschillende soorten. Ooit gehoord van de zakdoekjesboom? Of de pimpernoot? Wij ook niet, maar ze groeien er.

De liefde voor de natuur kreeg Silke mee van haar moeder. ‘Zij deed altijd veel in de wereld van bloemen en planten en vond het belangrijk dat wij ook wisten en begrepen wat wat was. Vroeger vond ik het heel normaal dat zij alles wist – als kind denk je nu eenmaal dat je ouders alles weten. Nu pas besef ik hoe bijzonder haar kennis is.’

In het Twentse Arboretum leerden Silke en haar broertjes de namen van alles wat er groeide. ‘Bij sommige bomen stonden bordjes met de naam van de boomsoort in braille, dan deden we net alsof we dat konden lezen. Er stonden ook bijenkasten waar we uren naar de koningin zochten, we visten kikkervisjes uit de vijver, en met kinderpartijtjes deden we er speurtochten. Daar in het Arboretum is mijn kennis van en interesse in de natuur begonnen.’

Landgoed Singraven

Singraven is een landgoed gelegen aan het water van rivier de Dinkel. Tot het landgoed behoren, naast het beroemde landhuis, onder andere een koetshuis, een paar boerderijen en een watermolen. Klinkt én ziet eruit als iets uit een sprookje. Dat vond ook Meindert Hobbema, wiens schilderij van de watermolen in het Parijse Musée du Louvre hangt.

Silke’s opa, de vader van haar vader, had ooit een bijbaantje als tuinman bij landgoed Singraven. ‘Singraven is een prachtig landhuis, bijna een kasteel, midden in het groen. Het ligt vlak achter het huis van mijn ouders. Vroeger was het privéterrein, maar tegenwoordig is de tuin is toegankelijk voor publiek. Toen ik mijn vriend Tijs voor het eerst meenam naar Twente zei ik: kom, we gaan even langs het kasteel. Eigenlijk moet je entree betalen, maar wij zijn over het hek gesprongen. Erg he? Maar ja, mijn opa werkte er, dus ik vond dat dat wel mocht. Voor een keertje.’

Het Hulsbeek

Een recreatiepark in Overijssel, ten westen van Oldenzaal. Er zijn zwemvijvers, speeltuinen, sportvelden en een skatebaan en er worden talloze evenementen georganiseerd. Hoogtepunten: de jaarlijkse koikarpershow en luchtballonfestival Twente Ballooning.

‘Mijn ouders groeiden allebei op buiten de stad. Ook toen wij in Oldenzaal woonden, wilden zij het liefst weer buitenaf wonen. Zoals het huis van mijn ouders nu mijn uitvalsbasis is, zo was het huis van mijn opa en oma dat voor mijn moeder.’ Zij wonen bij het Hulsbeek, aan het water. Of ‘op’ het Hulsbeek, zoals de Twentenaren zeggen. Silke kwam er vaak – eerst met haar familie, later met haar eigen vriendengroep. ‘Wij hadden er ons eigen strandje, waar je makkelijk heen kon lopen vanaf het huis van mijn opa en oma. Nog steeds hebben we een keer per jaar daar onze vriendendag, op de zaterdag van de Boeskool.’ De wat? ‘De Boeskool, een jaarlijks feest in Oldenzaal. Dan komt iedereen terug naar Twente en gaan we de hele dag naar het Hulsbeek. Onze groep bestaat uit een man of twintig, en tegenwoordig komt alle aanhang ook mee. Kleden mee, eten, drank, een voetbal, een volleybalnet. ’s Avonds barbecueën we bij iemand in de tuin, daarna gaan we met z’n allen de stad in.’