Sebastiaan van Bokkel van Bobby's Gin aan de Maaskade in Rotterdam

Het interview met Sebastiaan van Bokkel (1984) komt wat lastig van de grond. Is hij niet onbereikbaar dan is hij druk, en als we eenmaal zitten – anderhalf uur te laat, want file – heeft hij eigenlijk niets voorbereid. Maar onze vrees voor een nieuwe afspraak blijkt ongegrond. Hij denkt even na, krabbelt wat op een viltje, en steekt van wal. Aan een stuk door praat hij over zijn werk, zijn familie en de stad. Hard en kritisch, maar ook gepassioneerd en vol liefde. Als echte Rotterdammers bestaan, is Sebastiaan er een.

Bokaal

Stadscafé en bierlokaal Bokaal ligt aan de Nieuwemarkt in het hart van Rotterdam. Een plek voor ‘bourgondiërs, bierconnaisseurs, flexwerkers en families’ –  iedereen dus. Vanaf het terras heb je uitzicht op de monumentale fontein De Hollandse Maagd. En dat terras is niet zomaar een terras: het won in 2015 nog de Terrassentest van het Algemeen Dagblad.

‘Rotterdam is de mooiste rotstad die er is. Het heeft alles, je moet alleen weten waar je moet zijn. Ik kom graag in het gebied rond de Nieuwemarkt. Zo’n tien, vijftien jaar geleden is het hele stuk opnieuw ontwikkeld, ik woonde daar in de buurt. Het moest een soort supercool nieuw deel van Rotterdam worden. Dat is wel een beetje gelukt, maar ook niet helemaal, haha. Vroeger zat daar de Urban Espressobar, de beste koffiezaak van Rotterdam, maar die is verhuisd – ze zitten nu tegenover mijn huis.’ En daar maakt Sebastiaan dankbaar gebruik van. Hij zit er meestal met een ontbijtje, een verse jus en een flinke kater. ‘Als ik brak ben, zit ik het liefst daar. Het is zo’n plek waar vaste gasten iedere dag hun krantje komen lezen, en waar je de hele dag kunt werken zonder dat iemand het erg vindt dat je maar één koffie bestelt. Ik heb zelfs mensen zien binnenkomen met hun eigen sojamelk.’ We weten trouwens niet of het ons door de Urban Espressobar in dank wordt afgenomen dat we dit vermelden.

Aan de Nieuwemarkt zit ook café Bokaal, dat drie jaar geleden werd opgericht door een vriend van Sebastiaan. ‘Het is een tent zonder pretenties: niet te hip, tof personeel, fijne sfeer. Die gasten hebben het echt opgezet omdat ze het leuk vonden, omdat ze iets moois wilden maken van de stad. Vóór de stad. Ik kom er voor koffie, maar ook om te eten, en ook in het weekend. Eigenlijk voor alles. Ik kom er gewoon graag. Iedereen komt daar graag.’

Centrum / Witte de Withstraat

Misschien wel de bekendste straat van Rotterdam: de Witte de Withstraat, vernoemd naar VOC-vaarder Witte Corneliszoon de With. Interessant: het in dezelfde straat gelegen Witte de With centrum voor moderne kunst gaf in 2017 aan van haar naam af te willen vanwege De Withs betrokkenheid bij koloniale uitbuiting. To be continued.

Van zijn tweede tot zijn negende woonde Sebastiaan bij zijn vader in Oud-Beijerland, een dorp zo’n twintig kilometer ten zuiden van Rotterdam. Ondanks dat uitstapje ziet hij zichzelf als een echte Rotterdammer. ‘In hart en nieren. Hier opgroeien eind jaren negentig was echt te gek. Dan gingen we op vrijdag naar de kroeg in Oud-Beijerland en stonden we op zaterdag in de Now & Wow of de Off Corso. Toen waren die clubs voor een paar duizend man nog vet. Nu wil je juist weer terug: kleiner, eigenlijk gewoon naar de kroeg, maar dan met leuke dj’s, een beetje dansen. Niet meer zo anoniem in de menigte.’

‘Ik ben wel een avondmens, of een nachtmens misschien zelfs. ’s Ochtends vroeg, als ik na het uitgaan naar huis fiets, vind ik Rotterdam op haar mooist. Dan zie je de goorheid en de narigheid, maar óók het plezier. Het bruisende. Maar als je op een doordeweekse avond door de Witte de With rijdt, is het gewoon dood hoor. En als het in de lente voor het eerst 16 graden is en iedereen in Nederland op het terras gaat zitten, blijven de Rotterdammers binnen. Morgen gewoon werken toch? Nou, normaal doen dan.’

Diezelfde instelling ziet je terug in de Rotterdamse manier van zakendoen, volgens Sebastiaan. ‘De dingen die hier gedaan worden met passie, met een verhaal, krijgen veel steun – mits het écht goed is. Je moet geen bullshit verkopen. Dat past ook wel bij de stad. Rotterdam is helemaal platgegooid en daarna door de Rotterdammers zelf weer opgebouwd. Niet ouwehoeren, niet zo veel lullen – gewoon dóen. In Rotterdam doen ze niet aan vriendendiensten. Hier is het: als het goed is, zetten we het op de plank. En anders niet. Dat vind ik cool.’

Van Brienenoordbrug

De Van Brienenoordbrug verbindt Rotterdam-Noord en -Zuid aan de oostkant van de stad. Eroverheen loopt een van de drukste snelwegen van Nederland. Weten of de brug open is? Check het op isdebrugopen.nl.

Sebastiaan reist voor Bobby’s de hele wereld over, maar nergens voelt hij zich zo thuis als in zijn eigen rotstad. ‘Ik vind het altijd heerlijk om hier weer terug te komen. Als je van de A16 de Van Brienenoordbrug overkomt en je ziet de stad liggen aan de Maas… Dat geeft zo’n lekker gevoel: ik ben er weer! Toen ik voor het eerst met mijn compagnon naar New York ging voor Bobby’s, vlogen we boven Amsterdam. We zagen al die lichtjes en zeiden tegen elkaar: mooi he, Amsterdam? En meteen daarna: maar dat hebben wij ook gewoon hoor, in Rotterdam!’

De Maaskade

De Maaskade is een straat op het Rotterdamse Noordereiland. Het Noordereiland dankt zijn naam de vroegere Noorderhaven, tegenwoordig de Koningshaven. Al vroeg in de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers het Noordereiland in, waardoor het grotendeels gespaard bleef tijdens Duitse bombardementen.

Johan, Sebastiaans beste vriend, woont aan de Rotterdamse Maaskade op het Noordereiland. ‘Vanaf de Maaskade heb je een heel gaaf uitzicht over de stad. Dan zie je goed dat industriële, wat vooral tof is als je aan komt rijden. Als je er doorheen rijdt, stelt het eigenlijk geen flikker voor. Vroeger had Johan een heel pand met op de begane grond zijn kantoor, maar die ruimte heeft hij omgebouwd. Nu woont hij in zijn oude kantoor. In de zomer tillen we alle banken naar buiten en zitten we aan het water, avond na avond. Er is een tafeltennistafel, muziekje erbij, eten. Iedereen komt aanwaaien, het is altijd open huis. Bijna al mijn vrienden hebben daar wel even gewoond, als hun relatie uit ging bijvoorbeeld. En ze vluchtten ze ook weleens naar de Maaskade als er nog een meisje in hun bed lag. Alles mag daar, niet is te veel. Het voelt een beetje alsof dat de enige plek is waar dat kan. Ken je die scene uit Fight Club, die laatste? Dat stellen wij ons daar altijd voor.’

Distilleerderij Herman Jansen

Al sinds 1777 produceert dit familiebedrijf – opgericht door niet Herman maar diens overgrootvader Pieter Jansen – een scala aan dranken waar je u tegen zegt: van Schotse whisky tot oer-Hollandse Beerenburg en eigen merk likeuren (chocolate mint!). Het vermelden waard: al in de jaren ’50 waarschuwden zij voor de gevolgen van alcohol in het verkeer. Pioniers, dus!

Het moge duidelijk zijn dat Sebastiaans familie een belangrijke rol speelt in zowel zijn leven als zijn werk. Toen hij op zoek ging naar een distilleerderij voor Bobby’s Gin, leidde zijn sterke familieband hem uiteindelijk naar Herman Jansen. ‘Voor mij was het belangrijk om samen te werken met iemand die het belang snapte van Bobby’s en het verhaal erachter. Familie, geschiedenis, eer, saamhorigheid – dat soort waarden. Toen mijn compagnon Dick Jansen en ik elkaar voor het eerst ontmoetten, hadden we direct een klik. Distilleerderij Herman Jansen is al zeven generaties lang een familiebedrijf. Bovendien waren Dick en zijn vrouw hun hart ooit verloren aan de Molukken.’ Talking ‘bout a match made in heaven.

Fenixloodsen

Aan de noordkant van Katendrecht, tegenover de Rotterdamse Rijnhavenbrug en het beroemde Hotel New York liggen de Fenixloodsen. De loodsen zijn de restanten van de ooit grootste havenopslagloodsen ter wereld, die in 1922 werden gebouwd vanwege uitbreiding van het aantal lijnen van de Holland Amerika Lijn.

Sebastiaans vader is Nederlands, zijn moeder Moluks. De Molukse wortels zijn sterk. Als Sebastiaan spreekt over het onrecht dat de Molukkers is aangedaan, schiet het vuur hem in de ogen. ‘Bijna niemand kent het verhaal van de Molukkers. Van de KNIL-militairen, van alle valse beloftes. Het is altijd stilgehouden, in de doofpot gestopt. Er is nog maar een handjevol mensen van de eerste generatie. Wij zijn derde generatie, en als wij het verhaal nu niet vertellen, kent straks niemand het meer.’ Hij vertelt het verhaal nu door op een bijzondere manier. ‘Mijn opa heette Jacobus Alfons, roepnaam Bobby. Hij hield van jenever, maar miste de smaken van Ambon. Hij is gaan experimenteren met jenever met Indonesische ingrediënten. Dat werd uiteindelijk de basis voor onze gin. Hij leeft niet meer, maar met Bobby’s Gin vertel ik zijn verhaal. Hún verhaal.’

Bobby’s Gin werd gelanceerd in de Fenixloodsen in Katendrecht. Een betekenisvolle plek: een paar kilometer daar vandaan, bij de Lloydpier, kwamen Sebastiaans opa, oma en duizenden andere Molukse gezinnen in 1950 aan in Rotterdam. ‘Door Bobby’s op die plek te lanceren, geef ik de fles terug aan de Molukse gemeenschap.’