Een close-up van een glas Jopenbier in de hand van Lydian Zoetman

Op de middag van het interview laat de zon zich voor de eerste keer dit jaar van haar beste kant zien. Het terras van de Haarlemse Jopenkerk is afgeladen, eigenaren Lydian Zoetman (1971) en Michel Ordeman (1969) zijn zichtbaar trots. Op het volle terras, op het bedrijf dat ze samen hebben neergezet, op hun werknemers. Op elkáár. De Haarlemse geschiedenislessen worden afgewisseld met grappen. Over zichzelf, maar vooral over elkaar.

Frans Hals Museum

Het Frans Hals Museum is het oudste kunstmuseum van Nederland en staat vooral bekend om haar collectie schilderijen uit de Gouden Eeuw. Het toont Holland in haar hoogtijdagen én leert je tussen de regels door een hoop over de biergeschiedenis. Dat leerden wij dan weer van Michel.

M: ‘Er waren vroeger heel veel brouwerijen in Nederland. Tijdens de piek waren er in Haarlem alleen al meer dan tachtig tegelijk actief. Samen met Gouda en Delft was Haarlem een van de belangrijkste brouwsteden van Nederland, en de bieraccijns zorgde voor grote welvaart in de stad. Die welvaart zie je terug in de oude panden aan het Spaarne en de Bakenessergracht, maar ook op de schilderijen in het Frans Hals Museum. Want wie waren degenen die schuttersstukken van zichzelf lieten schilderen? De notabelen, de mensen met geld. En tachtig procent van de mensen met geld in Haarlem waren brouwers en brouwerijeigenaren. Zij lieten zich portretteren met hun echtgenoten. Er zijn in het Frans Hals Museum heel veel verwijzingen naar het bierverleden van Haarlem te zien. Er hangt bijvoorbeeld een schilderij van een aangezicht van het Spaarne. Je ziet brouwerijpanden staan, het water, de schepen met biervaten.’

L ‘En die biervaten, houten vaten van 112 liter, werden ‘jopen’ genoemd. Daar komt de naam Jopenbier vandaan.’

Balk Visch aan ’t Spaarne

Al zeventig jaar staat de bekendste viskiosk van Haarlem aan het water van het Spaarne. Eigenaren Philip en Chantal – die verwarrend genoeg niet Balk heten van hun achternaam maar Van den Heuvel – verkopen er, als we de recensies moeten geloven, de lekkerste haring uit de wijde omgeving. En kibbeling. En makreel. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Bij Jopen op het hoofdkantoor werken zo’n tien tot twaalf mensen. Als op vrijdagmiddag het weekend begint te kriebelen, is het afwachten wie er als eerste voorstelt om langs Balk te gaan voor de lunch. M: ‘Dan is het: gaan we snacken vandaag? En halen we voor het hele kantoor broodjes vis . Philip en Chantal, de eigenaren, maken ook heel goede tonijn- en makreelsalade. En ze hebben niet alleen de lekkerste vis, het is ook nog eens een heel mooie plek daar aan de oever van ’t Spaarne, waar vroeger de meeste brouwerijen zaten. Je hebt er prachtig uitzicht op molen De Adriaan, met de Grote Kerk op de achtergrond.’

L: ‘We hebben ook weleens een andere viskraam bezocht, maar tot nu toe leggen ze het allemaal af tegen Balk.’

Oerkap

Rijd je in de zomer met de trein van Amsterdam naar Haarlem, dan kan stadsstrand De Oerkap je moeilijk ontgaan. Een gezellige bende van zand, hout, strandstoelen, tafels en mensen. Héél veel mensen. Vooral geliefd om de pizza’s en de liveoptredens, maar ook de krakersvibe en de langs denderende treinen.

De Oerkap werd ooit mede-opgezet door stichting Stad, die jongeren helpt bij het ontwikkelen van projecten.

L: ‘Een van die jongens heeft small business gestudeerd, net als wij. Er was nog geen stadsstrand in Haarlem, en zij wilden dat graag creëren. Een culturele plek met optredens en evenementen, op een mooie locatie. Wij hebben ze geholpen met het opzetten ervan. Dat is nu…’

M: ‘Zeven jaar geleden?’

L: ‘Ja, zeven jaar geleden.’

Inmiddels is de Oerkap niet alleen voor Lydian en Michel een thuiswedstrijd: personeelsuitjes eindigen er steevast. Ze schenken er het hele Jopen-assortiment en Lydian en Michel ontwikkelde zelfs een bier speciaal voor De Oerkap. ‘Het is zó’n ongedwongen plek. En de Oerkap zit precies op de weg van kantoor naar huis, dus vaak stoppen we er nog even voor een biertje. Hoofd in de zon, voeten in het zand.’

Grote Markt

Het hart van Haarlem, met in het midden de Grote – of Sint Bavo – Kerk en eromheen bekende gebouwen als het stadhuis, de Vis- en de Vleeshal. Al meer dan vijfhonderd jaar oud, maar verdomd bij de tijd: de Grote Markt heeft een heuse webcam zodat je op elk moment van de dag kunt zien wat er gebeurt.

L: ‘Dit wordt wel een heel zoetsappig verhaal hoor, ik waarschuw je maar vast. Anderhalf jaar geleden zijn we getrouwd in het stadhuis op de Grote Markt. Ja, na 23 jaar besloten we toch nog te trouwen. Eerst een brouwerij, dan een trouwerij, zeiden we altijd! Maar tegen die trouwerij zei ik uiteindelijk wat minder snel ‘ja’ dan tegen die brouwerij.’

M: ‘Playing hard to get, ofzoiets.’

L: ‘Ik had het nooit zo op trouwen, maar het was echt een heel leuke dag. Er waren veel vrienden die we al meer dan twintig jaar kennen, dat maakt het zo bijzonder. En het was natuurlijk ook heel gaaf dat we ons eigen bier konden schenken op de bruiloft.’ Peinzend: ‘Ja, het was echt heel leuk. Ik zou het zo nog een keer doen. Maar dan moeten we geloof ik eerst weer scheiden en dat is ook weer zowat.’

M: ‘Daarnaast is het ook gewoon een heel mooi plein. Met de Grote Kerk, de Vleeshal.’

L: ‘Als het lekker weer wordt en de terrasjes op de Markt stromen vol, dan hangt er zo’n goeie vibe. Dan is Haarlem echt op haar mooist.’

M: ‘Maar in de winter is het er ook prachtig, als het net gesneeuwd heeft en het plein is wit.’ Achter hem trekt Lydian een vies gezicht. Ze schudt hard haar hoofd. Michel gaat nog even door: ‘Of je loopt door de sneeuw om de kerk heen richting de Warmoesstraat en de Oude Groenmarkt. Dat zijn echt van die Anton Pieckstraatjes.’

L: ‘Hè bah, nee. Geef mij maar de zomer. Vrijdagmiddag, vijf over vijf.’

De Jopenkerk

In Haarlem lijkt het moeilijk te zijn een kerk slechts één naam te geven. De Vestekerk, zoals het gebouw oorspronkelijk heet, staat ook wel bekend als de Jacobskerk, Raakskerk, Wijnkerk of Artellkerk. Maar tegenwoordig noemen de meesten hem gewoon de Jopenkerk. Voordat Lydian en Michel de kerk tot een cafébrouwerij maakten, was het onder andere een winkel voor kunstenaarsbenodigdheden, een wijnhandel en een expositieruimte. Oja, en een kerk. Natuurlijk.

M: ‘Ja, de Jopenkerk… Daar hebben we eigenlijk niet zoveel mee.’ Hard gelach. ‘Nee, dit is zó’n bijzondere plek voor ons. Dit is thuis.’

De kerk kende al vele bestemmingen, maar er een cafébrouwerij van maken, had nog wel wat voeten in de aarde.

L: ‘Het idee van een cafébrouwerij kwam van een afstudeerproject van Michel. We wilden het brouwambacht weer zichtbaar maken. We hadden al heel veel locaties gezien, maar niets was geschikt. Tot we kerk vonden. De vorige eigenaar verkocht het pand aan de gemeente, die het in eerste instantie wilde slopen. We zijn met de gemeente in gesprek gegaan en daarna heeft het nog vijf jaar geduurd voordat we opengingen. Terwijl er niemand bezwaar had – het waren puur procedures die doorlopen moesten worden en vergunningen die verstrekt moesten worden.’

In de tussentijd gebruikten Lydian en Michel de kerk als expositieruimte. De exposities die er te zien waren, werden af en toe opgepikt door de pers. Het was het Haarlems Dagblad dat de kerk voor het eerst ‘de Jopenkerk’ noemde.

M: ‘Wij hebben die naam dus helemaal niet zelf bedacht, maar het is wel een goede boost geweest voor de bekendheid van ons bier. We dachten dat dat wel even zou duren voor de mensen binnenkwamen – we zitten natuurlijk niet hartje centrum. Maar vanaf dag één wisten de mensen ons te vinden. Nog bedankt trouwens, Haarlems Dagblad!’

L: ‘En nu zitten we hier, in een bedrijf met 165 mensen. Dat hadden we nooit gedacht.’

M: ‘Bij het koffiezetapparaat is een plekje waar je eigenlijk een beetje in de weg staat, maar vanwaar je goed over de bar kunt uitkijken. Als we daar samen staan, met een biertje in de hand, kunnen we zo genieten. Dan denk ik: wat een leuk bedrijf hebben we toch. De medewerkers, de gasten, het zonlicht door de glas-in-loodramen over die koperen ketels heen. Het is echt een bijzondere plek, die wij samen hebben mogen neerzetten.’