Het interieur van Mama Kelly Den Haag, gevestigd in de oude Caballerofabriek

Samen met zijn vrouw Willemien staat Rein Rambaldo (1972) aan het hoofd van De Horecafabriek en is daarmee – de helft van – het creatieve brein achter onder andere Stan & Co., Miyagy & Jones en de beide Mama’s Kelly. Rein vertoont veel gelijkenissen met zijn ontwerpen: aanwezig, uitgesproken, verwelkomend. Eentje die je niet snel vergeet.

Zeeheldenkwartier

Het Zeeheldenkwartier is een van de oudste stadswijken van Den Haag. Een multiculturele buurt met ontelbaar veel koffietentjes, restaurants en winkels en in het midden het Bonbonplein. Als dat niet gezellig klinkt…?

Rein groeide op in Rotterdam maar ging op zijn achttiende bij zijn tante in Den Haag wonen, waar ook zijn beide ouders vandaan komen. ‘We woonden in Rotterdam, maar de rest deden we in Den Haag. Voor alles gingen we heen en weer. De kapper, de tandarts, de dokter.’ Toen hij op zijn aan de Haagse MEAO ging studeren, verhuisde hij. ‘In Den Haag voelde ik me thuis, iets wat ik in Rotterdam nooit heb gehad. Ik heb overal in Den Haag gewoond. Van de Harstenhoekweg en de Gevers Deynootstraat tot de Keizerstraat en de Weimarstraat. Ik heb altijd in de horeca gewerkt en daardoor veel gependeld. Dan had die weer een kamer vrij, dan die weer. Het was een heel onrustige, maar ook fantastische periode. Echt lang leve de lol. Werk, stappen, werk, stappen – dat was mijn ritme.’

‘Toen ik in de Weimarstraat woonde, ging ik vaak naar discotheek De Tempel. Daar vroegen ze op een gegeven moment of ik er niet wilde komen werken.’ Om de hoek van De Tempel in de Zoutmanstraat zit tattoostudio On Edge, ook een van Reins vaste adressen. Onder de rechtermouw van zijn jasje piept wat inkt vandaan, voor de rest blijven zijn tattoos keurig verborgen. ‘Maar ik heb er aardig wat. En ik laat ze altijd zetten bij On Edge. Het leuke aan het Zeeheldenkwartier is dat het heel veel gezichten heeft. Richting het Bankaplein is het vooral Haagse kak: notarissen, advocaten, chique restaurants. Maar hoe dieper je het Zeeheldenkwartier ingaat, hoe cultureler het wordt.’

Prinsestraat

Een van de leukste en bekendste straten van Den Haag: de Prinsestraat. Ja, zonder ‘n’. Vol horeca, galerieën, designwinkels en lokale ondernemers. De Prinsestraat heeft zelfs een eigen Facebookpagina. Nou, dan weet je het wel.

‘De Prinsestraat wordt een beetje ondergewaardeerd, maar ik vind het de leukste straat van Den Haag. Het aanbod is er zo veelzijdig. Je kunt er alles eten, van sushi tot burgers tot high-end Chinees bij Han Ting, mijn favoriete restaurant. Een goede vriend heeft er twee kledingzaken, ik ga er al vijftien jaar naar dezelfde kapper. Als ik de stad inkom, parkeer ik mijn auto in de Prinsenstraat, drink ik een kopje koffie op de hoek en loop ik rustig drie keer de straat op en neer. Dan kom ik overal bekenden tegen.’

Dat gebeurt overigens niet alleen in de Prinsestraat – tijdens het interview worden er aan de lopende band handen geschud en zoenen uitgedeeld. ‘De Prinsestraat is heel creatief, vol bevlogen ondernemers die ontzettend begaan zijn met de straat. Toen mijn moeder klein was, haalde ze er vaak een broodje bij de slager. Die zit er nog steeds. En honderd meter verderop staan de parlementsgebouwen. Die tegenstelling maakt Den Haag zo karakteristiek. Als ik door de stad fiets, langs het Binnenhof en het Vredespaleis, dan denk ik: holy shit, wat is het ook een schitterend mooie stad.’

Frederik Hendriklaan

In het Haagse Statenkwartier ligt de Frederik Hendriklaan, door Hagenezen liefkozend ‘De Fred’ genoemd. Officieel een winkelstraat, maar misschien zelfs meer dan dat een buurtcentrum: De Fred heeft onder andere een eigen Sinterklaas- en Koningsdagfeest én een website.

‘De Fred is voor mij het Den Haag uit mijn jeugd. Mijn ouders kennen elkaar uit de buurt waar ze opgroeiden, rond de Frederik Hendriklaan. Mijn vader is Indisch en zat in zijn jeugd bij een Indische bende. Hij praat zelf weinig over die tijd, maar als ik met mijn moeder op de Fred ben, wijst ze me van alles aan en vertelt ze over vroeger. Bijzonder om te zien waar zij hun kinderjaren hebben doorgebracht, en waar ik ook mijn eerste jaren woonde. Wij gaan er met ons gezin geregeld op zaterdag winkelen en een broodje eten. In die straat zit nog zoveel ambacht, daar hou ik van. Een goede bakker, een goede slager, Paagman, veel speciaalzaken. Het bruist er alsof je in een dorp loopt.’

Haven van Scheveningen

Gillende meeuwen, de visafslag, Vlaggetjesdag, de intocht van Sinterklaas en van haringhappen tot decadent dineren: de haven van Scheveningen is voor iedereen en verveelt nooit.

Ondanks dat ze geen echte strandgangers zijn, gaan Rein en zijn gezin altijd met vakantie naar de kust. ‘Ik ben gek op varen, heb echt iets met water. Vooral met de zee. Maar zoals bijna alle Hagenezen heb ik niks met de boulevard. Dat is voor toeristen, zeggen wij. Hagenezen gaan om te eten of te feesten zelf eerder naar het Noorderstrand of het Zwarte Pad. In de haven is nog zóveel ambacht. De vis voor onze restaurants komt direct van de Scheveningse visafslag.’

Rond de haven zitten ook een paar van Reins favoriete visrestaurants: Catch, Encore, Waterproef. ‘Maar buiten de haven zitten er eigenlijk maar weinig goede visrestaurants. Er zijn bijvoorbeeld echt maar een paar restaurants die kreeft verkopen.’ Binnenkort begint het Oosterscheldekreeft-seizoen weer. De Oosterscheldekreeft is een bijzondere kreeftensoort die maar enkele weken per jaar gevangen mag worden. ‘Donderdag gaan we het hele team de zee op om ze te vangen. Teamuitje.’ Ook voor niet werk- of kreeftgerelateerde zaken komt Rein graag in de haven. Met Vlaggetjesdag, bijvoorbeeld, voor een haring. ‘Of voor een patatje.’ Die hebben ze er gelukkig ook nog.

Mama Kelly

Bij Mama Kelly denk je misschien eerst aan het zuurstokroze, uiterst Instagrammable interieur van de Amsterdamse vestiging, maar Mama Kelly Den Haag is minstens zo indrukwekkend. Kip en kreeft in een enorme, oude sigarettenfabriek – dat kón ook bijna niet misgaan.

Toen de gemeente Rein vroeg zich over de oude Caballerofabriek te ontfermen, hoefde hij niet lang na te denken. ‘Ze wilden er graag horeca in hebben en hadden het al bij verschillende ondernemers neergelegd, maar niemand durfde het aan. De Binckhorst was altijd een slecht bereikbaar terrein waar je het liefst met 200 kilometer per uur langsreed. Géén gezicht was het. Maar ze zijn het gebied helemaal aan het transformeren en het wordt zó gaaf. Toen ik de plannen en de locatie zag, was ik gelijk verliefd. Het verbaasde me dat andere ondernemers niet zagen wat ik zag. Het is misschien een wat ongebruikelijk locatie, maar soms werkt dat juist heel goed. De ruimte is enorm, bijna duizend vierkante meter. Het interieur is stoer en industrieel, met veel blauw en koper. Dat paste goed bij de oude fabriek. Toen we begonnen, waren we echt the talk of the town: iedereen wilde er heen, en nog steeds zitten we bijna iedere avond vol. Ik kom ook graag in Amsterdam, maar Mama Kelly Den Haag is toch een beetje mijn kindje. Haags publiek is lekker eerlijk, recht door zee. Nederlanders klagen graag, maar als we hier een klacht krijgen, is hij negen van de tien keer ook echt terecht.’